Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

startpagina  Beelden Agenda Agenda nieuw C.V Contact 2000-2004 2005-2009 2010-2013 2014-2016 2017 Publicaties Lijst Publicatie 2003 Publicatie 2006 publicatie 2010 

publicatie 2010

Mieke de Groot: “Ik wil zien dat het klopt”door Peggie BreitbarthHaar ruime en lichte atelier in een oude meelfabriek in Heemstede wordt gedomineerd door een enorme gasoven. “Gekocht van het startstipendium dat ik na mijn studie aan de Rietveldacademie kreeg”, zegt Mieke de Groot (1953). Het is een prima investering gebleken; zij is de keramiek altijd trouw gebleven. Haar werk heeft zich stap voor stap ontwikkeld en zij is altijd heel dicht bij materiaal en techniek gebleven. Het resultaat na zo’n vijfentwintig jaar is een oeuvre, dat je voor 100 procent tot de keramiek kunt rekenen, maar dat tegelijkertijd zijn plaats opeist in een veel breder gebied van de beeldende kunst. Wie kijkt ziet de geschiedenis van de abstracte kunst, van het kubisme en het vroege Bauhaus en natuurlijk ook van de latere geometrische abstractie en de Nulgroep langs flitsen. Mieke de Groot laat zien dat abstracte kunst een grote verscheidenheid in zich draagt en dat daarbij nog heel veel wegen open liggen.Het atelier oogt opgeruimd. Alle potten met de basisstoffen voor het glazuren staan strak in het gelid; slechts een beperkt aantal werkstukken prijkt in de schappen. “Het is hier niet altijd zo ruim, maar als ik, zoals nu het geval is, bezig ben metnieuw werk, wil ik dat niet laten zien voor ik er zelf helemaal tevreden over ben. En zover is het nog niet”, verontschuldigt zij zich. “Bovendien heb ik bij de laatste twee tentoonstellingen goed verkocht. Er is dus momenteel niet zoveel te zien.”Grote aantallen zijn echter niet nodig om haar werk op waarde te schatten. Elk werk draagt de kenmerken van haar beeldtaal en handschrift in zich. De orde, de logica, de precisie, de aandacht voor kleur en structuur van de huid en de kansen die zij het licht biedt zijn toverachtig werk te doen, keren in elk werkstuk terug.LogicaHet werk is over een periode van een kwart eeuw op een natuurlijke wijze gegroeid van handgevormde pot tot de mathematisch opgebouwde objecten van nu. De eerste dia die ze op haar beeldscherm laat zien is van een keramisch beeld van Norman Dilworth, een rechthoekig labyrint dat aarzelend de derde dimensie betreedt. “In 2001 zag ik het werk van Dilworth op een tentoonstelling en dacht: dit had ik willen maken. De logica van zijn beelden is ontroerend mooi.” Andere namen van kunstenaars die haar bewust of onbewust de weg wezen:Carel Visser en Sjoerd Buisman. Na een tiental jaren waarin haar vormentaal zich ontwikkelde van een pot zonder voetstuk, die asymmetrisch was en dus dreigde om te vallen, via potten met drie voeten, die wel stevig stonden en daardoor sterk konden overhellen, kwam zij op containerachtige vormen met vier poten: als beeld herinnerend aan tafeltjes of, in de meer organische variant, kiezen. In die tijd besteedt ze veel aandacht aan de huid en doet ze ervaring op in allerhande kleuren en structuren. Vervolgens begint ze rond 1997 met strakke basisvormen zoals de kubus en de cilinder. Aangezien de tegenstelling tussen binnen- en buitenkant voor elke keramist een uitdaging vormt, snijdt zij de kubus doormidden en werkt met een uitgesneden vorm en glazuur om die binnenkant gezicht te geven. Bij die gelegenheid kwam de gipsmal op haar pad.GlazurenDe werkelijke doorbraak kwam een jaar later, toen zij een groot beeld had gemaakt dat bestond uit zes halvemaanvormige stukken die samen een cilinder vormen, of zo men wil een gestileerde bloem. Een mooi beeld, in rust verzonken, maar tegelijkertijd dynamisch door de draaiende beweging, veroorzaakt door het lijnenspel van al die halve manen. Door zo’n segment als uitgangspunt te nemen, ontstonden er eindeloos veel nieuwe mogelijkheden, waar al haar volgende werk op gebaseerd is. Een vorm die zijn eigen evenwicht zoekt en dan stabiel ligt. Een vorm met een binnen- en een buitenkant, een schil eigenlijk. Een vorm die je aan binnen of buitenkant kunt voorzien van cannelures – om het in de taal van de klassieke zuil aan te duiden – die de belijning plastisch accentueren.Een volgende stap is het buigen van de vorm, bol of hol, het uitrekken en dan het torderen, het draaien om de as. Het klinkt allemaal heel simpel en natuurlijk. Vanaf 2005 wordt het ingewikkelder. Ze gaat hoekige elementen toevoegen en het resultaat zijn beelden waarin je de mathematische basis herkent, net zoals je in de natuur kunt zien dat het slakkenhuis of de schil van de ananas volgens wetmatig-heden zijn ontstaan. Maar hoe je zoiets in keramiek kunt uitvoeren? De kijker staat stijf van bewondering en vermoedt dat hier ingewikkelde computerberekeningen aan te pas komen. “Het is wel een heel geteken en gereken, maar van wiskunde heb ik niet echt verstand”.De vormen, hoe ingenieus ook, maken niet het totaalbeeld waarnaar zij op zoek is. Kleur en structuur van de huid zijn absoluut onmisbaar. De liefde die zij voor dit aspect van de keramiek koestert blijkt niet uitsluitend uit haar werk, maar wordt ook duidelijk wanneer zij met zichtbaar enthousiasme vertelt over haar lessen aan de Keramiekopleiding van de SBB in Gouda, waar zij sinds 2002 als docent werkt. Vooral over de glazuurcursus die zij er momenteel geeft. “Glazuren ingewikkeld? Welnee, ik kan het je zo uitleggen. Ik leer mijn cursisten de eerste les een eigen glazuurformule samen te stellen, daarmee kan iedereen aan de slag. Vervolgens leg ik uit hoe je de balans moet zoeken en het glazuur kan bijstellen, zodat iedereen uiteindelijk met goede en bovendien geheel eigen glazuurrecepten de cursus verlaat”.Stille mathematicaHet fascinerende aan het werk van Mieke de Groot is dat zij al werkend is uitgekomen op de stille mathematica die groeiprocessen in de natuur stuurt. Haar werk is puur abstract – zij duidt het ook consequent uitsluitend met een cijfercode aan – maar in zaken als maatvoering en verhoudingen sluit zij aan bij de algemene wetten van de natuur. Zichtbare ingrepen, zoals verschuiving of draaiing, geven spanning en leven. “Ik wil zien dat het klopt, de logica moet te volgen zijn”, zegt ze over de wetmatigheid van haar vormentaal.De vormen zijn bijna altijd open en dynamisch. Blauw in verschillende tinten is haar meest gekozen kleur, gevolgd door grijs en geel. De huid is mat en zijdezacht: fijne chamotteklei die zover glad gemaakt is dat het karakter van de klei visueel bewaard blijft. Het licht krijgt daardoor alle kans het object steeds een nieuw aanzicht te geven.Tot slot laat ze twee werkstukken zien waarin iets nieuws lijkt te gebeuren. Een soort binnenste, voorzien van een sensueel glanzend glazuur, maakt zich los uit de sobere en matte schil van het voorwerp. Een voorbode van het werk dat de code 2010 zal dragen? Komende zomer in Hongarije op de tentoonstelling die Galerie Terra daar in samenwerking met Márta Nagy organiseert, zal het te zien zijn.



Agenda

Publicaties

Beelden

C.V

Contact

Startpagina

Beelden

Mieke de Groot